|
Hij achtte het noodzakelijk dat een verkenner een behoorlijk
schriftelijk rapport moest kunnen uitbrengen, een kaart
moest kunnen tekenen, met een kompas moest kunnen werken
en kunnen seinen. Daarnaast trainde hij zijn mannen in de
technieken van de woudlopers, dat overigens tegenwoordig
survival genoemd wordt. Hij kreeg toestemming om een speciaal
vaardigheidsinsigne in te stellen die een soldaat mocht
dragen als hij aan de betreffende eisen voldeed. Zijn nieuwe
methode beschreef hij in een handboekje "Aids to Scouting"
(Hulp bij het verkennen)
Verkenners
voor jongens
Terug
in Engeland bemerkte B.P. dat dit boekje ook buiten
het leger gebruikt werd als hulp bij de opvoeding
van de jeugd, ook verscheen het in delen in een jongensblad
van de Boys Brigade, een jeugdorganisatie. Door kennismaking
met de Boys Brigade werd B.P. geïnspireerd zijn
boek te herschrijven. De titel werd Scouting for Boys
en 15 januari 1908 verscheen het eerste van de zes
deeltjes in de boekhandel. Het was B.P.'s bedoeling
om het verkennen in spelvorm aan te bieden aan bestaande
jeugdverenigingen en hij bood aan hiervoor lezingen
te houden. In zijn introductie hiervoor schrijft hij
(ingekort):
"Ik
ben zoals de meeste van u onder de indruk van het
wijdverbreide gebrek aan burgerschap in dit land dat
werkeloosheid, ellende en zwakheid van de natie veroorzaakt.
Persoonlijk geloof ik meer in voorkomen (jongeren)
dan genezen (ouderen). Vooral als we bedenken dat
van de twee miljoen jongens er anderhalf buiten de
schoolmuren zonder enige invloed ten goede opgroeien.
|
|
Ik
ben ervan overtuigd dat er een groot aantal mat in hun vrije
tijd dit werk zouden willen doen als ze maar een manier
wisten om het te doen. Er is een aantrekkelijk programma
ontworpen, het spel van verkennen. Het spel van verkennen
is niet alleen een boeiend vermaak voor jongens, maar ook
voor instructeurs en het kost zo goed als niets. Het heeft
geen militaire strekking. Het onderwijst observatie, buitenleven,
vindingrijkheid, ridderlijkheid, spaarzaamheid, hulp bij
ongelukken, gezondheid en vaderlandsliefde, kortom praktisch
goed burgerschap”.
|
De
patrouille, makkers verenigd
Inmiddels
verslonden duizenden engelse jongens de zes afleveringen
van "Scouting for Boys" en overal in het
land richten ze patrouilles op en gingen met het boek
als leidraad spannende spelen doen. Het waren niet
zoals B.P. bedacht had alleen de al bestaande verenigingen
die het Scouting programma gingen gebruiken, het waren
vooral de jongens zelf die op eigen houtje, vaak zonder
hulp van ouderen aan de gang gingen. Dat patrouille
systeem is ook de kern van Scouting. Ze vroegen hem
om meer informatie, die kwam er via het nieuwe weekblad
"The Scout" maar er was meer nodig een hele
eigen organisatie. Het was niet B.P. die Scouting
oprichtte, Scouting begon zelf en sleepte B.P. mee.
Eind 1908 waren er 60.000
|
Scouts
geregistreerd, een jaar later 100.000. Op 2 oktober 1908
ontbood koning Edward III de jongste generaal-majoor Baden
Powell om hem tot ridder te slaan in de Victoria orde. De
koning vraagt dan Sir Baden Powell om al zijn aandacht te
geven aan de Scouting beweging, hetgeen de chief scout en
zijn vrouw hebben volbracht. Gedurende een reis rond de
wereld stimuleerde Baden Powell de start van Scouting in
alle werelddelen.
Scouting
. . . DOEN!
Scouting
was er alleen voor jongens, maar de Britse meisjes
namen het heft in eigen handen en organiseerde zelf
Girl Scouts. Maar ook buiten Engeland verspreide het
spel van verkennen zich bliksemsnel over de wereld
Nu zijn er meer dan 38 miljoen Scouts op deze de wereld
actief en vele malen meer zijn ooit lid geweest. In
Nederland zijn het er 123.000 en van de jeugd is dat
3,6 % en tussen 7 en 14 jaar is zelfs meer dan 5%
nu lid van Scouting. Scouting kent vele tradities.
Soms gaat het om zaken die je bij alle Scouts ter
wereld aantreft. |
|
Opvallend
en internationaal is het uniform. In 1907, tijdens B.P.'s
eerste kamp, was aan de kleding duidelijk te zien uit welke
maatschappelijke klasse een jongen kwam. Bovendien was de
kinderkleding van toen bijzonder onpraktisch voor het spel
van verkennen.
Vandaar
dus dat uniforme speelpak. Het uniform maakt nu ook duidelijk
dat een scout behoort tot die grote wereld omvatte groep
van Scouts waar, religie, afkomst, status, politiek niet
van belang is. Of je rijk of arm bent je pa of ma een goede
baan heeft is bij Scouting onbelangrijk. Je bent gelijkwaardig
en alleen wat jezelf weet te bereiken maakt het verschil…………
Tijdens de eerste wereldoorlog bezocht Baden de oorlogsfronten
in Frankrijk en Vlaanderen. Bij hem ontstond het idee dat
de internationalisering van de Scoutingbeweging begrip zal
kweken tussen buurvolken die op dat moment elkaar op leven
en dood bevochten. Scouting als vredesbeweging kreeg pas
in 1920 gestalte met de eerste Wereld Jamboree in Londen.
De tweede Wereld Jamboree vond in 1924 plaats in Kopenhagen
en in 1937 was Nederland aan de beurt. Koningin Wilhelmina
opende de vijfde Wereld Jamboree in Vogelenzang-Bloemendaal
waaraan 27.000 verkenners uit 54 landen deelnamen. Tijdens
deze bijeenkomst nam Baden Powell op 80-jarige leeftijd
afscheid. Na zijn dood, vier jaar later, wordt de beweging
nog vele jaren geleid door zijn veel jongere vrouw Olave.
Lady Baden Powell overlijdt in 1977 op 88-jarige leeftijd.
Eens
in de vier Jaar komen Scouts van de gehele wereld bijeen
en ze noemen zo’n bijeenkomst een Jamboree, deze foto’s
zijn van de eerste Wereld Jamboree 1929 in Engeland.
Van
links naar rechts: Noord en Zuid Amerika, Nigeria, Polen,
Schotland en Noorwegen, Rusland, Zwitserland, Brazilië
|
Eens
verkenner altijd verkenner
Scouting
is een spel dat zich aanpast bij de jeugd en de
maatschappij, daardoor een spel dat met zijn tijd
meegaat. Logisch dus dat de padvinderij vroeger
heel anders was dan Scouting vandaag aan de dag.
De Scouts uit vroegere jaren zagen zichzelf als
een korps van redders en hulpverleners. Geen gekke
gedachte in die tijd want de hulpverlening was toen
nog maar gebrekkig geregeld. Bij brand verschenen
vrijwilligers met emmers. Eerste hulp bij ongelukken
werd door bijna niemand begrepen. De padvinders
en padvindsters hebben door hun kunde inderdaad
vele levens gered.
Wie
toen naar buiten ging vond volop natuur. Sporen
volgen, bomen hakken, vrij kamperen, vissen en zwemmen
in schone rivieren, er waren mogelijkheden genoeg.
De hele samenleving was zoveel minder georganiseerd.
Dat gaf mogelijkheden om te helpen, om te improviseren
en om avonturen te beleven. |
De
moderne industriële maatschappij heeft ons weggevoerd
van deze simpele en elementaire zaken. Door het buitenleven
komt de scout weer in contact met de natuur. Hij of
zij leert weer dat water niet alleen uit kranen komt,
warmte uit een kachel en licht, muziek en toneel uit
een stopcontact. Je potje koken op vuurtje, droog blijven
in je tentje, de weg vinden in een vreemde omgeving.
Dat betekent jezelf leren kennen, amuseren en zelfvertrouwen
krijgen. Dat betekent ook risico's leren schatten, creativiteit,
praktisch improviseren met geringe middelen, vertrouwen
op en zorg hebben voor je patrouillegenoten. B.P. kende
uit eigen ervaring de waarde van al deze elementen.
Hij wist bovendien dat het niet voldoende was die kennis
in een boek beschikbaar te stellen. Je moest het zelf
gedaan hebben om de op waarde ervan in te zien en om
er in je leven voordeel van te hebben. Daarom voegde
hij eraan toe: leren door te doen, nee niet zoals op
school, nee zelf doen, het zelf ondergaan, dat is de
enige manier.
Baden
Powell: ”Vanuit het gezichtspunt van een jongen
is zijn patrouille een groep makkers en dus hun natuurlijke
organisatie, hetzij voor spelen, kattenkwaad of rondslenteren.
Scouting spreekt tot hun verbeelding en hun gevoel voor
avontuur; ze worden betrokken in een actief leven in de
open lucht. Het leert hen wilskracht, vindingrijkheid,
en vaardigheden; het brengt hen gedisciplineerd gedrag,
sportiviteit, voorkomendheid en brengt gemeenschapsgevoel
bij. In het kort: het vormt het karakter wat belangrijker
is dan wat dan ook om zijn weg door het leven te vinden’.

Leiders:
vrijwillig, maar niet vrijblijvend
Het
is niet moeilijk voor de jongen de held of een oudere broer
te worden. Als we ouder worden vergeten we zo gemakkelijk
dat onder jongeren een grote mate van heldenverering leeft.
De, helaas meestal nutteloze uitingen hiervan zien we dagelijks
om ons heen, maar we beseffen niet dat ze kan worden aangewend
als een nuttig middel bij de opvoeding en ontwikkeling.
In het spel van verkennen heeft de leider dit middel volledig
tot zijn beschikking, doch het legt tevens een grote verantwoording
op zijn schouders. De jongens zien snel bij de leider de
kleinste eigenaardigheden, zowel de goede als de verkeerde.
Wat de leider doet, dat zullen zijn jongens doen. De leider
weerspiegeld zich in zijn verkenners. Zij nemen zijn onbaatzuchtigheid,
zijn gemeenschapszin over, alleen al door het voorbeeld.”
 |
"Gillwell-Park",
een landgoed vlak bij Londen, werd ingericht als trainingskamp
voor kaderleden. Hier ontstonden ook de ideeën
voor de ontwikkeling van een voortgezette training,
de z.g. "Woodbadge Gilwell-cursus". De foto
hierboven is van de eerste woodbadge training in 1919
met B.P. De woodbadge die om de nek gedragen, wordt
zie je links. De leiders en leidsters in Scouting zijn
vrijwilligers. Ze krijgen geen salaris, integendeel
het kost tijd en energie en bovendien vaak nog geld
ook. Scouting leiders en leidsters investeren in zichzelf,
ze zijn enthousiast en hebben veel plezier door het
zelf te doen en te beleven. Geen wonder dus dat veel
van hen zelf ooit scout zijn geweest. En als ze later
zelf kinderen hebben zien we ook hen vaak weer terug
maar dan als ouder. |
Scouting
ter land ter zee en in de lucht
Het
oorspronkelijke spel van verkennen voor jongens heeft
zich snel uitgebreid. Aan speltakken zie je al van
verre welke activiteitensoort er in het programma
de voorkeur heeft. Zeeverkenners spelen het spel bij
en op het water. Scouting in Nederland heeft hiervoor
een eigen boottype, de Lelievlet waarvan er inmiddels
ruim 1200 gebouwd zijn. Luchtverkenners zoeken het
hoger op. Verwacht naast zee- en luchtverkenners geen
"landverkenners", want deze speltak heet
verkenners zonder meer. En terecht want deze jongens
spelen heus niet alleen op het land. Hetzelfde geldt
voor de padvindsters. Nu heten alle jongens en meisjes
in deze leeftijd Scouts.
Vanaf
het eerste begin bestond er echter een grote behoefte
aan iets soortgelijks voor nog jongere kinderen. Met
de verschijning van Baden Powell's handboek voor de
Welpen: The Wolf Cub’s Handbook (welpenhandboek)
werd hieraan tegemoet gekomen. Het welpenspel werd
geschreven voor de 7 tot 12 jarigen en is gebaseerd
op de "jungleboeken" van de beroemde Britse
schrijver en Nobelprijswinnaar Rudyard Kipling (1865-1936).
|
|
Zo
ontstond er al kort na de start van Scouting een leeftijd
uitbreiding en kregen de 7-12 jarigen - een eigen spelprogramma.
Ook hier speelt de natuur een belangrijke rol en geheel
leeftijdeigen speelt hun avonturen zich af in de Jungle
van Mowgli. Ze worden hier ook door dieren opgevoed en in
de Jungle zijn allemaal spannende en leerzame avonturen
te beleven. Ook voor meisjes is er zo’n programma
zij zijn de Kabouters. Sinds de oprichting waren jongens
en meisjes strikt gescheiden, maar dit veranderde in Nederland
rond 1970 toen de Wesselgroep uit Vlaardingen deze tweedeling
doorbrak en startte met een gemengde welpenhorde en vervolgens
een gemengde zeeverkennerwacht oprichtte die ze Waterscouts
noemde.
Een
volgende, oudere, leeftijdsgroep ontstond al in 1920. Deze
17-21 jarigen noemden zich bij de meisjes pioniers en bij
de jongens voortrekkers. Nu spreken we van de jongerentak.
Een
vrij recente toevoeging zijn de bevers. De Boy-Scouts van
Canada waren in de zeventiger jaren gestart met een speltak
voor 5-7 jarigen. Toen over die succesvolle ontwikkeling
in het kaderblad van Scouting een reportage stond, begonnen
er spontaan op diverse plaatsen in Nederland bevergroepen.
Zo had Scouting in Nederland onverwacht bevers in zijn gelederen.
In 1985 werd deze speltak landelijk en voorzien van een
leeftijd eigen aanpak. Even spontaan waren ooit de verkenners
en padvindsters begonnen. De laatste nieuwe speltak in Nederland
is die van de Dolfijnen, dat zijn kinderen in de leeftijd
rond 10 die net als de oudere zeeverkenners hun hoofdactiviteiten
op en rondom het water kiezen.

|
De
ontwikkeling in nederland
In
1910 verscheen hier het boekje: “Op, Hollandsche
jongens naar buiten”. Er was veel materiaal
van Baden Powell's handboek in verwerkt en was bedoeld
om leden aan te trekken voor de Nederlandsche Bond
voor Lichamelijk Opvoeding (NBLO). In plaats daarvan
werd het gebruikt door verschillende Scoutinggroepen
die in 1910 van start gingen dit voorbereidde.
De
Amsterdamse journalist Gos de Voogt stimuleerde de
oprichting van de eerste groep in Amsterdam. Dit leidde
ertoe dat op 7 januari 1911 in Amsterdam de Nederlandsche
Padvinders Organisatie(NPO) werd opgericht. |
De
honderden jongeren die zich aanmeldden na een oproep in
de krant, ontvingen bij inschrijving het eerste exemplaar
van het tijdschrift "De Padvinder", een vertaalde
kopie van het Britse weekblad "The Scout". In
Den Haag werd de Bond Voor Jongen Verkenners opgericht die
in 1912 met andere plaatselijke groepen fuseerde tot de
Nederlandse Padvindersbond(NPB).
Baden
Powell in Amsterdam
Na
een bezoek van Baden Powell aan Amsterdam en Den Haag
in 1911 ( foto rechts) pleitte hij voor een fusie
van beide organisaties. Deze kwam echter pas tot stand
in 1915, nadat Prins Hendrik een fusiecommissie had
benoemd. De fusie leidde tot oprichting van de Vereniging
der Nederlandsche Padvinders(NPV). Op 24 april 1916
werden in De Bilt aan meer dan 50 afdelingen van de
NPV (met zo'n 1500 leden) de nieuwe vlaggen uitgereikt.
Kort
na het verschijnen van het handboek voor Welpen werd
in 1917 in Utrecht de eerste welpenhorde opgericht.
De eerste takken voor jeugd ouder dan 18 jaar werden
al voor 1922, toen Baden Powell met zijn boek "
Rovering to succes” kwam, opgericht. Dit boek,
speciaal voor de oudere jeugd kwam in 1926 in het
Nederlands uit onder de titel "Zwervend op den
weg naar levensgeluk".
In
1923 werd het trainingscentrum GILWELL ADA'S HOEVE
in Ommen geopend. Hiermee was Nederland de eerste
na Engeland waar cursussen werden gehouden van 7 tot
10 dagen die, na een geslaagd theoretisch deel, recht
gaven op het dragen van de Woodbadge bestaande uit
2 houten kralen en een leren veter. |
|
Na
1937 werden de Katholieke Verkenners (KV) een zelfstandige
vereniging, naast de NPV. Via een nieuw overkoepelend orgaan,
de Nationale Padvindersraad(NPR), vond aansluiting plaats
bij de wereldorganisatie (World Organisation of Scout Movement).
Kort daarna brak de Tweede Wereldoorlog uit en in 1941 werd
Scouting verboden. Uniformen en materialen moesten worden
ingeleverd...veel scouts gingen in het verzet, hun training
in het verkennen was hier van groot belang. Na de oorlog
werd het katholieke jeugdwerk anders georganiseerd en er
werd gekozen voor een overkoepelende organisatie: De Katholieke
Jeugdbeweging (KJB) waarin de verkenners een onderafdeling
vormde. Hierdoor werd de naam Verkenners van de Katholieke
Jeugdbeweging.
De
jaren vijftig stonden in het teken van bouwen. In 1952 werd
voor het eerste geld ingezameld volgens de Engelse succesformule:
BOB-A-JOB, hier onder de naam Heitje voor een karweitje.
De actie werd in de paasvakantie gevoerd en was meteen een
daverend succes. In 1962 maakte de verkenners zich los van
de KJB om onder hun oude naam zelfstandig verder te gaan.
Oprichting
scouting nederland
Na
verloop van tijd werd de druk op de beweging om te moderniseren
steeds groter. Het uniform werd vernieuwd, de wetten en
beloftes aangepast en de organisatiestructuur gedemocratiseerd.
In 1966 werd een werkgroep opgericht die de fusie van de
vier organisaties op dat moment, padvinders, padvindsters,
gidsen en verkenners moest voorbereiden. Het samengaan van
jongens en meisjes en van rooms-katholieken en andersdenkenden
in één vereniging was in de ogen van velen
(waaronder voorzitter Prins Bernhard) geen haalbare kaart.
|
In
januari 1972 verscheen het nieuwe kaderblad SCOUTING
en een jaar later, om precies te zijn op 6 januari 1973
werd de vereniging Scouting Nederland opgericht. De
vier afzonderlijke organisatie structuren werden ontmanteld
en de functionarissen konden in de nieuwe organisatie
plaatsnemen. Vooral veel ouderen vonden dit een prima
gelegenheid om de vereniging vaarwel te zeggen. |
Gelukkig
vond er op tijd aanwas plaats van enthousiaste jongeren
en kwam de vereniging verjongd uit het proces tevoorschijn.
Het gevolg was een vrij drastische vernieuwing op vrijwel
alle gebieden, organisatiestructuur, speltakken, uniformen,
insignes etc... In plaats van de vroegere Koempoelan en
Dachvaert worden er nu Scout In's gehouden. In 1975 namen
daaraan al 7000 kaderleden deel. Nu is het nog steeds een
belangrijke en populaire meeting van Scoutingkaderleden.
In
1995 kwam voor de tweede keer de Wereld Jamboree naar Nederland
in Dronten en dat was een daverend succes.
Nu
gaan we naar het honderd jarig bestaan van Scouting en een
nieuwe wereld Jamboree in 2007 en die wordt gehouden ..
in Engeland.
|
Scoutinggroepen
sluiten zich vrijwillig aan bij Scouting Nederland voor
de productondersteuning en aanvullende dienstverlening.
Zelf is Scouting Nederland aangesloten bij twee Scouting
wereld organisaties voor Scouting, de World Organisation
of Scout Movement. Dat is de wereldorganisatie voor
de (Boy) Scouts. En voor het meisjes deel is ze aangesloten
bij de World Association of Girl Guides and Girl Scouts
(WAGGGGS). |
|
Al
deze koepelorganisaties zorgen voor coördinatie, ondersteuning,
belangenbehartiging. Maar ze promoten ook het Scouting spel,
bijvoorbeeld bij de regeringen, de Verenigde Naties en vaak
werken we daarmee samen.
Toen
in de jaren 1960 Scouting flink gemoderniseerd werd, ging
dat niet van harte bij iedereen. Er waren Scoutinggroepen
die vonden dat dit het afschaffen van tradities inhield
maar ook dat de intenties van B.P. geweld aangedaan werd.
Die scoutinggroepen vormden de internationale B.P. scout
organisatie met groepen uit diverse landen en ze blijven
de traditionele vorm van Scouting uitoefenen. Ze zijn internationaal
verenigd in de World Federation of Independent Scouts (WFIS).
Uit zulke verschillen van inzicht is al in 1909 de huidige
Order of World Scouts voortgekomen.
In
totaal zijn er nu 7 wereld organisaties voor Scouting, waarbij
de meisjes (WAGGGS) met tien miljoen leden en de jongens
organisatie WOSM met achtentwintig miljoen leden verreweg
de grootste zijn. In de afgelopen twintig jaar is Scouting
internationaal verdubbeld in ledenaantal, die stijging gaat
nog steeds door omdat nu in de voormalige Oostbloklanden
(weer) Scoutinggroepen opgericht worden.
Vlaardingen,
23 november 1993
Gereviseerd en geïllustreerd sept. 2001
2e revisie september 2004
3e revisie december 2005
R. Scheurkogel,
Groepsvoorzitter
Scouting Wesselgroep Vlaardingen
Geraadpleegde bronnen:
Zo kwam Scouting naar Nederland, J.H. van der Steen, ISBN
90-288-1619-4.
Scouting in Nederland, J. van der Steen, AO reeks no. 2209
d.d. 25-3-88.
Baden Powell, de geschiedenis van zijn leven, uitgeverij
de fontein Utrecht ca 1949.
Verkennen voor jongens, Lord Baden Powell, achtste druk,
uitgave NPV 1955.
Wenken voor leiders, Lord Baden Powell, juli 1944, uitgave
NPV.
Scouting vademecum 1992/93, uitgave Scouting Nederland ISBN
90 7238811 9.
Op zoek naar het rechte spoor, de beginjaren van de padvindersbeweging
in Nederland, doctoraalscriptie nieuwste geschiedenis, E.H.
Edinga, Groningen, juli 1976 uitgave Scouting museum i.o.
Internet encyclopedie Wikipedia: wikipedia
Illustraties pinetreeweb
|