In de zomer van 1954 werd het groepshuis geopend, de ouders
hadden zelfs voor de verkenners een prachtige openhaard
erin gemetseld. Op dat terrein hebben ze een prachtige tijd
gehad vanaf het voorjaar ieder weekend kamperen, de horde
en troep bleven groeien en een ledenstop werd noodzakelijk
omdat er niet meer leiding was.
10
Dagen na het zomerkamp. 27 augustus 1958, kwamen Hopman
Pet en z’n moeder tragisch om het leven, ze werden
door een vrachtwagen aangereden.
Daar
stond Akela Pet met haar 2 jonge kinderen. De verslagenheid
was zeer groot. Daar stond ook de groep zonder groepsleider
en Hopman. Akela Pet zette door en met hulp van haar ouders
die op de kinderen paste, kon ze de horde voortzetten. Helaas
in de kerstvakantie 1958 werd het groepshuis door een stel
vandalen in brand gestoken, niemand had iets gezien. Ook
de politie niet. Je staat dan raar te kijken als je kerstfeest
gevierd hebt en dat het groepshuis de eerstee zaterdag in
het nieuwe jaar verdwenen is. De troepleider gaf er ook
de brui aan en zo waren er alleen nog maar welpen, zonder
huisvesting. Welpenkamp 1959 ging er een ex vaandrig (Ouwerkerk)
met zijn vrouw mee om te koken, en Rinus werd zo enthousiast,
dat hij met de oudste welpen weer een troep vormden en groepsleider
werd. Ruim 8 jaar heeft de Wesselgroep zonder huisvesting,
letterlijk op straat gestaan, niemand kon ze helpen. Akela
Pet draaide met d e horde in ’t Hof en ze heeft wel
in de stromende regen 4 welpen in de muziektent geïnstalleerd.
In die jaren zwierven ze van de ene afgekeurde woning naar
de andere, de laatste 2 jaar konden ze ’s winters
een lokaaltje van 4 x 4 m. huren van de katholieke verkenners.
In dit vertrekje zaten ook kabouters, rowans en onze verkenners.
Flauwgevallen
Eens
bij een installatie gingen er 3 welpen van hun stokje zo
benauwd was het er. Het was door het meervoudig gebruik
vaak rommelig en vuil en door de horde begon is er heel
wat gedweild en opgeruimd door de leiding. Vaak vroeg Akela
Pet zich dan af, wat vinden de hier nu aan. Geen behoorlijk
onderdak voor het welpenspel, noodgedwongen speelden ze
dat veelal buiten. Bij haar thuis in de Asterstraat was
de dependance, daar werd 2 keer per week ster en insigne
werk gedaan.
Scoutcentrum
Door
de bouw van de Beneluxtunnel moesten ook de andere groepen
weg van de maaskant. Eindelijk na veel praten met de gemeente
Vlaardingen kwam er een definitieve oplossing. Alle scoutinggroepen
konden zich gaan vestigen op het terrein van een voormalige
boerderij bij de broekpolder. Dit scoutcentrum was toen
een unicum in Nederland. Daarmee was het probleem voor de
Wesselgroep nog niet over want hoe kwamen ze aan fl. 20.000,
voor de bouw van een groepshuis. Want ondanks alle medewerking
van bedrijven en overheden kwamen ze toch zo’n 60%
tekort.
Thans
lijkt dit geen formidabel bedrag, maar vermenigvuldig het
nu maar met minstens 15. Vele acties moesten er gevoerd
worden om het geleende bedrag weer terug te betalen. Want
uit de contributie inkomsten van fl. 1200,- per jaar (fl.
2, per maand) ging het niet.
De groep wist met de eerste acties in 1967 al fl. 900, bijeen
te brengen. Ook door zelfwerkzaamheid konden kosten vermeden
worden, Ze bestond de eerste stap voor de Wesselgroep uit
het uitgraven van de fundering, op de avond van 2 juni 1967
om 6 uur ging de eerste spade in de grond en om 5 uur de
volgende ochtend was de klus geklaard. Toen 17 september
1967 het groepshuis op het scoutcentrum door oubaas Van
de Roest geopend werd, was er geen gelukkiger mens als Akela
Pet.
Bloeiperiode
In
1974 werd er een tweede horde opgericht en omdat er ook
meisjes bij kwamen, werd dat heel toepasselijk de Combi
horde. Hiermee doorbrak de Wesselgroep als eerste in Nederland
de tot dan geldende strikte scheiding tussen jongens en
meisjes. Verguisd en bewonderd werden we, nu is het gewoonste
zaak van de wereld. Een nieuw stuk groepshuis werd eraan
gebouwd omdat het nu echt te klein was geworden.
Waterscouts
Enkele
jaren later toen de welpen oud genoeg waren, werd in maart
1976 watertak opgericht, ook gemengd. Dit was wel nodig
omdat de verkenners zoveel welpen er niet bij konden hebben.
Omdat er alleen zeeverkenners en sters waren in Nederland
noemen ze zich ‘‘Waterscouts’’.
In 1978 werden met steun van “Jantje Beton”
2 nieuwe lelievletten aangeschaft de 921 en 922 waarna in
1985 de 1147 volgt. Nadien werd nog een vierde vlet aangeschaft
en door de leiding omgebouwd tot zeilschip.
Tegenslag,
een scout zet door
1986
Begint met een tegenslag, de zaterdag morgenhorde moet opgeheven
worden, er is gewoonweg geen leiding te krijgen.
Niemand beseft dat dit ernstige gevolgen heeft, langzaam
maar zeker wordt duidelijk dat er te weinig welpen overgaan
naar de verkenners en waterscouts. In het ledenaantal wordt
dit gemaskeerd door de oprichting van bevers (1986) en rowans
(1988). Pas langzaam wordt duidelijk dat de continuïteit
in gevaar komt. De waterscouts en verkenners dunnen uit
en in 1991 wordt de opvolging van de leiding een acuut probleem.
We besluiten om de leden en jonge leiding te concentreren
bij de welpen en waterscouts. Er volgt een periode van wederopbouw,
met tomeloze energie worden de spaden opnieuw in de grond
gestoken. Op 23 januari 1992 gaat als eerste de vloer van
de welpenlokaal eruit. Alle waterscouts helpen mee, ook
het waterscoutslokaal wordt gesloopt en herbouwd. De jonge
leiding timmert, schildert, volgt cursussen en neem enthousiast
de taak over van de oude garde, we groeien weer. We verzetten
bergen werk, net zoals Akela Pet. |