| |
|
|
Onze
Vloot => Voortrekker |
Oostduits
genieschip wordt Voortrekker in Scouting
Fabiënne Bruinsma, de echtgenote van burgemeester Tjerk
Bruinsma, verrichtte op 19 maart 2005 de doop van de sleper
van de waterscouts van Scouting Wesselgroep. Deze officiële
handeling wordt volgens eeuwenoud maritiem gebruik door
vrouwen uitgevoerd. Burgemeester Bruinsma droeg zijn steentje
bij aan de plechtigheid bij door de lier te bedienen waarmee
het schip te water wordt gelaten. De naamgeving van de sleper
Voortrekker is gebeurd door Ria Pet, die de Wesselgroep
in 1950 in Vlaardingen oprichtte.
De
naam Voortrekker is een een oude scoutingnaam voor de oudste
categorie scoutingleden. De voortrekkers van de Eurekastam
gaven de start aan de Wesselgroep. Om onze historie levend
te houden is Voortrekker dus een heel toepasselijke naam. |
|
Vrijwilligerswerk
De
sleper is een voormalige Oost-Duitse/Russische genieschip
die dankzij vele honderden uren vrijwilligerswerk geschikt
is gemaakt voor het zwaarste waterscoutingwerk. Het schip
beschikt over een enorme voor- en achterwaartse trekkracht
waardoor het mogelijk is de vletten van de waterscouts voortaan
snel en veilig over grotere afstanden te verplaatsen. Dankzij
de sleper kunnen traditionele locaties van de Vlaardingse
waterscouts (Foppenplas en de 1 e Vliet) veel sneller worden
bereikt. Zodoende is er meer tijd voor instructie en spel.
Ook
komt een langgekoesterde wens van de Wesselgroep in zicht:
een waterscoutkamp op de Brielse Maas met de eigen vletten.
De sleper is namelijk in staat om de Vlaardingse vletten
de Nieuwe Waterweg over te brengen.
Een
ander voordeel van de sleper is dat de nautisch/technische
kennis binnen de Scouting Wesselgroep wordt vergroot. Alle
waterscoutsleiding die met de sleper varen, moeten beschikken
over het Klein vaarbewijs.
|
De
levensloop van de Voortrekker
Van
origine zie je hier een heuse Oost Duitse/Russische genieschip.
Er zaten wielen onder en een grote trekstang om hem het
water uit te sjorren. De wielkasten hebben we dichtgemaakt
en de trekstang ook erafgehaald.
Zo
bleef er iets over van een casco, waar we een opbouw op
maakten en een nieuwe motor plaatsen. De motor, dat is
een Detroit tweetaktdiesel van naar schatting 120 Pk.
Het vaart wel bizar, omdat de schroefas op de waterlijn
ligt en er een schroefastunnel omheen zit om geringe diepgang
te krijgen. Met het varen moet je eerst flink gas geven
om de tunnel vol te zuigen. Pas als die vol is krijg je
voortstuwing. Als je aan de kant staat is het net of de
stuurman niet goed wijs is. Het schip maakt eerst veel
toeren om weg te komen. Bij het omschakelen naar achteruit
neem je ook geen gas terug want dan loopt de tunnel leeg.
|
|
| Scouting
blij met de val van het Ijzeren Gordijn.
Er varen
nu nog meer van dit soort scheepjes in Nederland. Ik heb
er een gezien in Rotterdam als duwer bij een bedrijfje dat
bruggen onderhoudt. In Utrecht bij een pontonbedrijf. In
Maasland is er een Scoutinggroep die met zo'n scheepje vaart.
Ook heeft de Scouting Hannie Schaftgroep uit Almere zo'n
schip, die luistert naar de naam El Niño. Van hen
heb ik vernomen dat er in hun admiraliteit inmiddels 3 rondvaren.
|
| BMK-130M:
links El Niño, Scouting Hannie Schaftgroep Almere,
rechts Spa van MKWJ uit Baarn, onder Opcesion van de Eempadgroep
uit Spakenburg.
Zo
zie je maar de val van het IJzeren gordijn levert nieuwe
slepers op voor Scouting.
Heel
bijzonder is wel dat die Detroit diesel (4-71) een Amerikaanse
motor is die in Rusland gebouwd werd onder het type nummer
JAZ-204, Detroit model 1950. Als je teruggaat naar de 2e
wereldoorlog lees je over miltaire ondersteunning via de
Moermansk route door het de geallieerden, die scheepsladingen
oorlogsmateriaal naar Rusland verscheepten. Uit Duitse bronnen
vernam ik dat daar oorsprong van de "Russische Detroit
motoren" ligt.
Na flink wat speurwerk zijn we erachter gekomen dat onze
sleper een BMK-130M is. (BMK= Buksirno Motornyy Kater) Een
pontonnierschip die gebruikt werd om te duwen en te slepen
bij de militaire pontonniers in Oost Europa. Dit soort schepen
vindt ook z'n oorsprong in het Rusland van de Tweede Wereldoorlog.
Vanuit
dit model hieronder, werden tot in de jaren “90 verschillende
verbeteringen aangebracht. Toen het Oost-Duitse leger een
onderdeel werd van de Bundeswehr voldeed al dat materiaal
niet meer en werd verkocht. Veel scheepjes kwamen via opkopers
in het westen terecht en zelfs in Engeland.
|
| Dit
is het oermodel van onze sleper de BMK-70. Latere versies
krijgen intrekbare wielen en sterkere motoren. Er bestaat
zelfs een versie met twee motoren een BMK 150. Die worden
nu te koop aangeboden in Rusland door de staat.
Tijdens onze zoektocht naar een geschikte Scoutingsleper,
waarbij we flinke hulp kregen van Cees Spanjer de voorzitter
van Admiraliteit 14, hebben we ook deze BMK-T geprobeerd.
We gingen toen proefvaren in het ijs met het schip op foto
hieronder.
|
|
 |
De
BMK-T op een vrachtwagen, met twee schottel schroeven . De
twee motoren waren manshoog en maakten een hoop herrie. Deze
is het dus niet geworden, we vonden hem gewoon technisch te
ingewikkeld voor onze mogelijkheden. |
Pontonniers
De
BMK- 130 M werd in het gehele Oostblok gebruikt.Er was zelfs
een speciale Joegoslavische versie met een metalen stuurhuisje.Hieronder
zie je twee van deze Hongaarse BMK- 130 M slepers in actie
bij de internationale SFOR troepen in Kroatië. Ze gebruiken
de pontons als veerschip en de twee BMK's verzorgen de voortstuwing.
|
|
 |
Bij
het 11 e infanterie pioniers bataljon uit voormalig Oost Duitsland
vonden we authentieke foto's over de tewaterlating. Verder
lazen we op hun site dat deze eenheden uitgerust waren met
zelfuitklappende pontons die vervoer vervoerd werden op vrachtwagens.
De bouw van een 120 meter lange brug ( 6,75 meter breed) werd
gedaan in een tijd van 25 minuten. Dat is wel even wat anders
dan een apenbrug pionieren zeg. |
| Op
de foto hierboven van de tewaterlating zie je de uitvoering
waarin we het schip aankochten, het zag er precies zo uit.
Er zat nog een canvas stuurhuisje op. Het was een flinke klus
voor Ed van der Doe om de wielkasten dicht te lassen en de
wielarm constructie er netjes af te krijgen. Al die uitstekende
blokken staal, waar andere schippers zo blij mee zijn als
je langszij komt zijn er door Ed afgevloeid. Ik heb met verbazing
staan kijken hoe hij dat er gewoon afsmolt met een snijbrander
zonder de scheepshuid te beschadigen. Gewoon een vakman, klasse. |
 |
Projectnaam:
Das Boot
Toen
dat gebeurd was hebben we een tijdje kunnen varen, de motor
was wel een beetje gammel maar dat mocht de pret niet drukken.
Het was heel fijn nu eens grote tochten te kunnen maken
met de kinderen. Voor de prijs waarvoor we het schip kochten,
konden we niet eens een casco van de lelievlet kopen. Dus
waren we er op voorhand al vanuit gegaan dat motor prut
was en dat er wat nieuws moest komen. De projectnaam werd:
Das Boot.
Aad
Vons vond een nieuwe motor bij een opkoper in Werkendam.
Sjaak Vermaning heeft “even” wat sponsors gezocht
en met onze oude tandemasser zijn we die motor gaan ophalen,
die kostte 1000 gulden. Toen we bij firma de Haas in Maasluis
aankwamen om hem om te laten bouwen, kwam er een oudere
monteur op me af die uit zijn portemonnee een oud geel fotootje
haalde met exact dezelfde motor, model anno 1950. De rest
van de monteurs wilden onze nagelnieuwe motor gelijk in
het museum stoppen. We hadden veel bekijks van alle monteurs,
een echte nieuwe klassieker hadden ze nog nooit gezien.
Hij was zelfs nog niet gespoten. Helaas is na de plaatsing
van de omgebouwde motor het project een aantal jaren stil
komen te liggen vanwege gebrek aan mankracht. |
| Toen
Rins de Bruin me vertelde dat hij zijn ex-directeur van Stork
zo gek wilde krijgen met hem het schip af te bouwen vond ik
dat een nogal onrealistisch klinkend plan. Wie is er nu zo
gek honderden vrije uren op te offeren voor een scoutinggroep
waarmee je geen binding hebt? Nou ja, Gerben Lenstra hebben
we leren kennen. Ik dacht dat ik twee rechter handen had,
maar die man kan echt toveren. Wat er ook gebeurde hij verzon
ter plekke een goede oplossing. Met
veel oud roestig ijzer (echt) is het dan toch maar gelukt.
Daarmee is het geen roestbak geworden want Rins kende wel
wat geheime middeltjes.
Een
mooi schip zal het nooit worden, maar het is wel ontzettend
sterk. Onze botenbouwers geloofden niet dat het schip een
enorme trekkracht kan ontwikkelen en namen de proef op de
som met een zware industrie ungster om de trekkracht nog
eens na te meten. Resultaat; een spiksplinternieuwe nylon
lijn totaal door midden en nog steeds geen meetresultaten.
Iedereen is dus nu wel overtuigd…en de brugpijler
staat er nog. |
 |
Technische
gegevens BMK 130 M
Motor:
4 cilinder 2 takt diesel Yaz 204 of Detroit 4-71 model ca.
1950
Vermogen 120 PK
Koelsysteem gesloten, met koelpijpen op het vlak
Lengte 8,70 meter
Breedte 2,60 meter
Hoogte boven de waterlijn 2,90 meter (oorspronkelijk minder)
Kruiphoogte 1,60 meter
Diepgang ca. 0,61 meter
Gewicht in originele staat 4.000 kilogram
Gewicht nu (leeg) ca. 3.000 kilogram
Topsnelheid (leeg) 21 km/uur
Snelheid met last 8 km/uur
Trekkracht vooruit 1.450 kgf
Trekkracht achteruit 800 kgf
Schroefdiameter 800 mm .
Brandstoftank 150 liter (oorspronkelijk 2x 150 liter )
Diesel gebruik max. 9 tot 12 liter per uur.
Tewaterlating ( 4 man + truck) 8 minuten
Aan land brengen (3 man + truck) ...12 minuten
Nu
we meer weten over de Voortrekker wordt er in de scoutinggroep
ook geroepen dat we wel kunnen waterskien of zoals sommige
voorstellen erg lastige vissers van de aanlegsteiger spoelen.
Je kunt je wel voorstellen dat zo'n overpowered kort schip
een heel hoge hekgolf maakt.
Nog
een tandje erbij Voortrekker
Als
je denkt dat we nu wel gehad hebben ken je het sponsor (ritsel)
circuit van Scouting niet .Alle scoutingleiders die ik ken
weten op de een of andere manier wel aan spullen te komen
die erg bruikbaar zijn. Net zoals met onze schip maken we
wel wat iets van wat een ander weggooit.
Na
de doop gaan we nog even verder met het inbouwen van allerlei
vaarzaken. Er werd hard gelachen toen Sjaak Vermaning met
en spiksplinternieuwe GPS set aankwam. Hoe kun je nu op
de Vlaardingse Vaart de weg kwijtraken? Maar onverstoorbaar
als hij is kwam er ook nog een roerstandaanwijzer een omvormer
om van 24 volt 220 Volt te maken. Ook kwam hij aan met een
nagelnieuwe Marifoon. Dat is erg belangrijk als we op groot
vaarwater zitten, want dan kunnen we verkeersberichten van
de Havendienst volgen. Op de Nieuwe Waterweg en andere rivieren
is dat zelfs een must. Voor het vaarseizoen goed op gang
is zullen we het schip wel volledig uitgerust hebben.
Er
is ook veel nodig om ook veilig te kunnen varen met het
schip, met een EHBO kist alleen kom je wel wat te kort.
Rader reflector, ankergerei, seinvlaggen, ankerbol, trechter,
reserve brandstof, meerlijnen, gereedschap, reddingvesten,
kaarten, scheepspapieren, sleper ontheffingen, ernstvuurwerk,
reddingboeien, markeringsboeien, meerpennen, meerlijnen,
lichten, verrekijker etc. Een heleboel zaken waar je eigenlijk
niet bij stilstaat, moeten gewoon aan boord zijn. Ook iets
eenvoudigs als reservekleding voor het geval er iemand een
nat pak krijgt
Ik
hoop dat we, nu dit project klaar is onze aandacht weer
meer kunnen richten op het verder uitbouwen van het waterwerk
in onze Scoutinggroep. Dat heeft de afgelopen jaren een
flinke deuk opgelopen vanwege het tekort aan leiding.
|
Het
waterscoutingwerk bij de Wesselgroep wordt nu veel avontuurlijker
dan we ooit konden bieden in de afgelopen 29 jaar omdat
we nu veel meer mogelijkheden hebben en sneller op onze
instructie bestemming de Foppenplas zijn. De effectiviteit
van onze uren wordt groter en de kennis en ervaring neemt
zo sneller toe. Lekker op eigen kracht naar de Kaag, Biesbosch,
Brielse Maas dat zijn plekken die we voorheen nooit konden
bezoeken. Dat is leuk voor de kinderen en erg leerzaam voor
de onderdeelsleiding.
Als
je meer wilt weten over het oorspronkelijk gebruik van de
Voortrekker als pontonniersboot en de ombouw ervan tot Scoutingsleper
dan kun je dat zien in de diashow. Klik op een van de kleine
afbeeldingen en de show start vanzelf.
Klik
hier om de diashow van de sleper te starten
December 2005 R. Scheurkogel |
 |
|
|
|