Voorbereiding:
stootwillen op de juiste plaats bevestigen en zo mogelijk
terug in het schip leggen. Afstoplijn zonodig gereed maken
en beleggen in de buurt van het draaipunt van het schip.
Vallen klaar maken voor het vrij uitlopen tijdens het strijken.
Kraanlijn aan toekomstige loefzijde. Zeilbandjes gereed
houden. Uitvoering: de keuze van het al dan niet eerst strijken
van de fok hangt af van de bekwaamheid van de bemanning
en de bestuurbaarheid van het schip. Fok zonodig strijken.
Grootzeil bovenwinds strijken op aan de windse koers.
Grootzeil
strijken: voorstrijk (vallen 20 cm vieren). Grootschoot
vast. Vlot strijken. Grootzeil aan loef binnenhalen. Zeilbandjes
vast.
Fok strijken: niet in het water laten komen. Fok opdoeken.
Stootwillen uithangen. Bij aankomst: a. via opdraaimethode:
vaart verminderen door tegen de wind in te sturen b. via
afstopmethode: afstoppen met afstoplijn. Veiligheid: schip
'vierkant' houden. De bemanning niet aan de lijzijde achter
in de kuip. Werkende en meevarende bemanning zo snel mogelijk
laag in de kuip plaats laten nemen. Het uitzicht van de
stuurman wordt belemmerd, dus de bemanning moet mee uitkijken.
De situatie moet zo kort mogelijk duren, dus zo snel mogelijk
uitvoeren. Niet met handen of voeten vanaf het schip afhouden.
Wel goed: afstappen en schip afhouden.
|